Wat is de wet van 19 december 1864 ?

Wet van 19 december 1864
De wet van 19 december 1864 betreffende de stichtingen ten voordele van het openbaar onderwijs of ten bate van bursalen, gewijzigd bij de wet van 14 februari 1986, heeft uitsluitend aan negen commissies - een voor elk provincie - de taak opgedragen om de studiebeursstichtingen, d.w.z. de giften gedaan ten bate van bursalen met het oog op het onderwijs, aan te nemen, te beheren en voor hun doel aan te wenden. Die commissies beschikken dus wettelijk over een monopolie voor de uitvoering van die opdracht. Het zijn openbare instellingen die onder toezicht staan van verscheidene overheden.
De bevoegdheid van de commissie wordt bepaald door een aanwijzing in de stichtingsakte en, bij gebreke van aanwijzing, door de plaats waar de erflater woonde op het tijdstip van de beschikking.
Een studiebeursstichting is een openbare instelling met een eigen vermogen bestaande uit roerende of onroerende goederen waarvan zij de enige eigenaar is en die eeuwigdurend bestemd zijn voor een doel van algemeen belang, te weten de bevordering van het onderwijs.
Een stichting wordt ingesteld hetzij bij schenking hetzij bij testament. Met de inkomsten uit de overgemaakte goederen en kapitalen worden studiebeurzen uitgekeerd.
De sticht(st)er bepaalt welke personen voor een beurs in aanmerking komen, voor welke studierichtingen de beurzen bestemd zijn en eventueel over hoeveel beurzen het gaat en hoeveel die elk bedragen. De stich(st)er kan ook een of meer begevers-verwanten aanwijzen die dan zorgen of eraan deelnemen voor de begeving van de beurzen.
Het instellen van een studiebeursstichting biedt heel wat voordelen, zo onder meer :

- Dat door het instellen van een dergelijke stichting de stichter de zekerheid verkrijgt dat het doel waarvoor hij zijn goederen heeft willen
bestemmen wel degelijk verwezenlijkt en nauwgezet nageleefd zal worden;
- Dat de eeuwigdurende bestemming van een kapitaal, waarvan alleen de opbrengst mag besteed worden, de blijvendheid en de
leefbaarheid van de Stichting waarborgt;
- Dat de stichter een grote vrijheid geniet in het bepalen van de besteding van de inkomsten; zo kan hij ondermeer de leden van een
bepaalde familie bevoorrechten en begevers-verwanten aanwijzen;
- Dat een stichting stringente waarborgen biedt van deugdelijk beheer en administratie door een openbare instelling die onder
bestuurlijke voogdij staat;
- Dat de successierechten slechts 6,60 % bedragen.