Hoe een stichtingsbeurs aanvragen ?

Een aanvraagformulier downloaden - Kijk naar de lijst van vacante beurzen

DIVERSE INLICHTINGEN EN AANBEVELINGEN
1 De aanvragen tot het verkrijgen van een of meer van de vermelde beurzen dienen voor 7 mei 2017 vrachtvrij toe te komen op het secretariaat van de Commissie voor Studiebeurzenstichtingen van Brabant, WTCIII, Simon Bolivarlaan 30, bus 11, 1000 Brussel. Desgewenst zal van de aanvraag ontvangst worden gemeld (mits daartoe bij de aanvraag een postzegel wordt gevoegd van 0,79 euro).

Tél/Fax: 02-512 06 26
E-mail: cbeb@misc.irisnet.be
2
ELKE AANVRAAG DIENT DE VOLGENDE GEGEVENS TE VERMELDEN :

1. De naam van de stichting waarvan een beurs wordt aangevraagd.
2. Naam, voornaam en volledig adres van de aanvrager alsook
diens geboorteplaats en -datum.
3. Het beroep van vader en moeder c.q. van de voogd van de aanvrager.
4. De hoedanigheid waarin de aanvrager om een beurs verzoekt (zie hierboven
de diverse berichten betreffende de te begeven beurzen).

5. De aard van de studie die de aanvrager wil aanvatten, de duur van die studie en
de naam van de onderwijsinstelling waarin die zal worden gevolgd.
6. De samenstelling van het gezin.
7. De benaming en het bedrag van andere beurzen of overheidstoelagen die de
aanvrager reeds geniet. Ingeval de aanvrager geen andere studiebeurzen of
toelagen geniet, dient zulks UITDRUKKELIJK vermeld te worden.
8. Het nummer van de post- of bankrekening waarop het bedrag van de
aangevraagde beurs kan worden overgemaakt.
3 Voor elke aangevraagde beurs dient een afzonderlijke aanvraag ingediend te worden. De aanvrager die verscheidene aanvragen indient, moet evenwel de hieronder bepaalde documenten slechts in één exemplaar toevoegen.
4 BIJ EEN AANVRAAG DIENEN VOLGENDE DOCUMENTEN TE WORDEN GEVOEGD :

1. Een uittreksel uit de geboorteakte van de aanvrager (op ongezegeld papier : zie art. 59,47° Zegelwetboek)
of enig andere officieel document waaruit die geboorteplaats en -datum blijken.
2. Een getuigschrift van goed zedelijk gedrag (eveneens op ongezegeld papier).
3. Een door de directeur van de onderwijsinstelling getekend getuigschrift met vermelding van de gevolgde studie, van de klas
of leergang alsook van de behaalde uitslagen (totaal percentage).
4. Een fotocopie van het jongste aanslagbiljet dat de ouders van de aanvrager of eventueel de aanvrager zelf
van de Administratie der directe belastingen hebben ontvangen.
5. Bewijsstukken waaruit blijkt dat de aanvrager op het genot van de aangevraagde beurs aanspraak kan maken.
Wanneer de aanvraag meer bepaald wordt gedaan in de hoedanigheid van bloedverwant
van de stichter, dient de aanvraag vergezeld te gaan van een STAMBOOM IN DUPLO
alsook van de volgende bewijsstukken : uittreksels uit akten van burgerlijke stand of uit
oude parochieregisters waaruit de verwantschap van de aanvrager met de stichter van de
aangevraagde beurs DAADWERKELIJK en VOLLEDIG blijkt. De afgegeven copieën
moeten leesbaar en eensluidend verklaard zijn. Bedoelde stukken zijn eveneens
vrijgesteld van zegelrecht krachtens art. 59,47° Zegelwetboek.
Iedere aanvrager dient telkens zelf de vereiste bewijsstukken te bezorgen.
Dat betekent dat hij bij zijn aanvraag normaal niet vermag te verwijzen naar eerder door
de Commissie genomen besluiten noch naar eerder door andere aanvragers
aan de Commissie bezorgde documenten.
6. Wanneer de beurs wordt aangevraagd met het oog op studie in het buitenland,
een tot de Commissie gericht verzoek om machtiging daartoe.


AANVRAGEN DIE NIET VAN DE VEREISTE BIJLAGEN ZIJN VOORZIEN WORDEN NIET IN AANMERKING GENOMEN.
5
Voor de oudste stichtingen aangeduid met een *;
Waar in de bekendmaking van beschikbare beurzen de termen "jongeren" en "jonge mensen" gebruikt worden, slaan die natuurlijk op jongeren of jonge mensen van beider kunne.

Dient onder "wijsbegeerte", te worden verstaan hogere studies in andere disciplines dan
die rechtstreeks verband houden met de theologie, de rechten, de geneeskunde en de retorica;

Onder "retorica" , de studierichtingen die met name betrekking hebben op linguïstiek, de filologie,
de letterkunde en de verbale expressie (welsprekendheid, toneel, enz…).
6 Elke aanvraag dient PERSOONLIJK te zijn : twee of meer kandidaten - ook al zouden zij zuster en broer zijn - mogen dus niet gezamenlijk een beurs aanvragen bij één en hetzelfde verzoekschrift.
7 De verschillende opgeroepen categorieën worden in opeenvolgende orde en niet simultaan ingesteld :
de eerste categorieën genieten de voorkeur op de volgende.
8 DE COMMISSIE VERZOEKT DE BELANGSTELLENDEN MET AANDRANG ENKEL EEN AANVRAAG IN TE DIENEN VOOR DE BEURZEN WAARVOOR ZIJ KENNELIJK AAN DE TOEKENNINGSVOORWAARDEN VOLDOEN.
9 De hierboven bedoelde bedragen worden telkenjare na 15 januari uitgekeerd, mits een studiegetuigschrift is voorgelegd, zulks ten vroegste op 15 januari.
10 Belangstellende kunnen een exemplaar van dit aanplakbiljet verkrijgen door toezending van een bedrag van 2,50 euro in postzegels of door overschrijving van datzelfde bedrag op postrekening Iban: BE76 0000 0050 4295. van de Commissie.
11 Voor ieder gewenst antwoord dient een postzegel van 0,79 euro bijgevoegd te worden.